"Ik moet nog veel leren maar ik krijg daarvoor de kans"


Na zes maanden voelt Ieperling Gianni Coussaert zich al goed thuis bij de bouwonderneming uit zijn geboortestad. “Hier krijg je als jonge medewerker ook de kans om ook het echte werk te doen. Niet alleen de opkuiswerken”, zegt hij.

Gianni Coussaert is loden trapjes aan het plooien om een dakkapel van het Heuvellandse gemeentehuis De Warande uit te werken. “Dat doen we voor oude gebouwen en het is mooier dan een solin”, zegt mentor Franky Denblyden die de jonge dakwerker in opleiding in de gaten houdt. Franky en Gianni vormen een team. “Sinds ik hier ben werk ik redelijk veel met hem”, knikt Gianni. “Tot nog toe – ik werk hier nog maar zes maand – heb ik vooral meegeholpen aan dakwerken. Dat doe ik ook het liefst. Ik moet het wel nog een beetje leren, maar wat ik al gedaan heb, doe ik graag.”

EEN AANPASSING

Ondanks zijn jonge leeftijd kan Gianni werken bij Bouwonderneming Desodt al vergelijken met andere firma’s. “Hier aan de slag gaan was een grote aanpassing”, zegt hij. “Ik kom van een kleinere firma en op mijn vroeger werk waren er meer jongere gasten. Het is een groot verschil. Ik ben bij Desodt gekomen via mijn peter die hier ook werkt. Hij vertelde me dat ze nog mensen zochten. Desodt is ook niet ver van waar ik woon. Dus heb ik eens geïnformeerd en ik mocht afkomen. En ik ben hier nog. Ik ben hier graag. Ik kan niet klagen. Nu ja, als er iets mis is, zagen ze nog niet op mij. Ik ben hier nog niet lang.” (glimlacht)

LEREN IN DE PRAKTIJK

Een troef van Bouwonderneming Desodt voor jonge werkkrachten vindt Gianni is dat ze kansen krijgen. “Wat je leert op school is lang niet genoeg voor de praktijk”, weet hij. “Het is maar eens je zelf gaat werken, dat je dat beseft. Je krijgt hier de kans om zelf iets te doen, ook het echte werk. Als je het niet mag doen, leer je het niet.” Een beetje later voegt Gianni eraan toe. “Er zijn niet veel jonge gasten die het nog willen doen. Ik sta hier nu te vertellen vol stof door ‘te schijven’ en te werken. Ik vind dat niet erg. Ik doe het graag. Maar veel van mijn vrienden zouden het niet willen. En klagen over het weer. Maar ja, dat weet je op voorhand.”

In het begin – als je komt van een ander werk en zo - was het hier een aanpassing. Ik moest de mensen leren kennen en zo. Maar het zijn ‘geestigaards’. Wat ik wel al gezien heb, is dat al degenen die hier al lang werken bijna geen haar meer hebben. Dat belooft”, zegt hij onder algemeen gelach van zijn collega’s op de werf.